Deze webpagina gaat over twee onderwerpen: diagnostiek (criteria van DSM-5) en behandeling (WPATH Standards of Care).

 

1. Diagnostiek

Diagnostiek gebeurt op basis van DSM-5. De diagnostiek van pubers en volwassenen gebeurt op basis van de volgende criteria (minimaal 6 maanden, minimaal 2 van deze criteria):

1. Duidelijke incongruentie tussen het ervaren/geuite gender versus de primaire en/of secundaire geslachtskenmerken (...) 
2. Sterk verlangen om de eigen primaire en/of secundaire geslachtskenmerken niet te hebben, vanwege de duidelijke incongruentie met de ervaring/expressie van het eigen gender (...)
3. Sterk verlangen om de primaire en/of secundaire geslachtskenmerken van het andere geslacht te hebben
4. Sterk verlangen om van het andere gender te zijn (...)
5. Sterk verlangen om als iemand van het andere gender te worden behandeld (...)
6. Sterke overtuiging de kenmerkende gevoelens en reacties van het andere gender te ervaren

 (*) Criteria 1 en 2 nemen aan dat gender identiteit of genderexpressie overeen moeten komen met lichaamsdelen. Criteria 4-6 zijn op zichzelf niet onjuist, maar zijn incorrect omdat aan minimaal twee van de zes criteria moet worden voldaan voordat "gender dysforie" wordt vastgesteld. Dit betekent dat het onmogelijk is om hormonen of operaties te krijgen alleen omdat iemand het gevoel heeft dat iemands eigen lichaamsdelen niet passen met de lichaamsdelen die iemand zou moeten hebben. Criterium 3 is vreemd: zou er geen criterium moeten zijn over het niet willen hebben van eigen lichaamsdelen? Al deze criteria gaan uit van grote verschillen tussen man en vrouw. Wij geloven meer in geleidelijkheid (zie ook deel 1 over de genderwolk).

Het B-gedeelte gaat over de noodzaak om te lijden. We komen daar in deel 5 op terug... 

De definitie van transgender-zijn van de WPATH Standards of Care 7 (pagina 11) is ook erg raar:

Gender non-conformiteit verwijst naar de mate waarbij mensen hun genderidentiteit, rol, of expressie verschilt van de culturele normen die voorgeschreven zijn voor mensen van een bepaald gender (Institute of Medicine, 2011). Gender dysforie verwijst naar het ongemak of nood die veroorzaakt wordt door het verschil tussen iemands gender identiteit en iemands gender dat bij geboorte is toegewezen (en de bijbehorende gender rol en/of primaire en secondaire geslachtskenmerken) (Fisk, 1974; Knudson, De Cuypere, & Bockting, 2010b). Maar enkele gender-nonconforme mensen ervaren genderdysforie op enig moment in hun leven.

Er zijn transgenders die geloven in binaire mannen en vrouwen. Er zijn transgenders die erg bang zouden worden als ze er aan zouden denken dat ze ooit gender non-conform zouden zijn. Ze zijn strikt gender-conforming, alleen niet naar het geboortegeslacht...

2. Behandeling

Behandeling gebeurt op basis van Standards of Care versie 7. Psychologen hebben zichzelf een grote rol in ons proces gegeven ten opzichte van versie 6. Ze over de rol van de psycholoog ook deel drie ("zorg model"). Het grootste probleem is echter dat SoC-7 mensen dwingt om minimaal 7 maanden te leven in een "identiteit-congruente gender rol" (p 60). Kijk opnieuw naar de genderwolk: behandelaars zijn niet in staat om te bepalen of het goed of slecht voor individuele mensen is om ze te dwingen om hormonen of RLE te doen voorafgaand aan operaties.

Voor meer opmerkingen over de behandeling zie het document van STP-2012 (zie hieronder).

 

Zie ook:

DSM-5 is te koop in boekwinkels, is niet on-line beschikbaar. De officiële DSM-5-website is: http://www.dsm5.org/Pages/Default.aspx (Engelstalig)

De WPATH Standards of Care is on-line in te zien via http://www.wpath.org/site_page.cfm?pk_association_webpage_menu=1351&pk_association_webpage=4655 (Engelstalig)

Mening van Stop Trans Pathologization 2012 over de Standards of Care: www.stp2012.info/STP2012_Reflections_SOC7.pdf (Engelstalig)